Sprayfo Kalveren UNTITLED 3 Vleeskalveren Lammeren Veulens Geitenlammeren Buffels Sloten
Huisvesting
Resultaten van opfok en daarmee het uiteindelijke bedrijfsresultaat worden in niet geringe mate bepaald door de zorg die wordt besteed aan goede huisvesting.

Het betreft: 
  • goede hygiëne van de stal (schoon en droog)
  • stalinrichting
  • klimaatbeheersing (goed geventileerd, tochtvrij met regelbare staltemperatuur)
  • arbeidsbehoefte

Daarnaast is het belangrijk de stalinhoud af te stemmen op de leeftijd van de dieren.
opvangstal 0 t/m 2,5 maand inhoud ± 10 m³ per dier
opfokstal 2,5 t/m 5 maand inhoud ± 15 m³ per dier
afmeststal 5 maand en ouder inhoud ± 20 m³ per dier

Voor de huisvesting in de opvangstal adviseren wij de stierkalveren op te vangen in een babybox.
Hierdoor wordt zoveel mogelijk voorkomen dat de dieren elkaar belikken, bezuigen en besmetten. Daarnaast zijn de controlemogelijkheden op voeding en vertering (mest) optimaal.

Bij het gebruik van een drinkautomaat worden de kalveren direct in een grote groep losgelaten.
Nadat de kalveren goed zijn gestart (ca. 3 weken) worden ze losgelaten in groepen van ca. 4 - 6 kalveren, ofwel groepshuisvesting.


Stalklimaat

Bij de huisvesting van kalveren is een goed stalklimaat erg belangrijk. Dit wordt beïnvloed door:
  • temperatuur
  • luchtsnelheid
  • luchtvochtigheid
  • gehalte aan schadelijke gassen en stof
  • kiemgetal
  • gewicht van de dieren
Temperatuur
De temperatuur van de opvangstal moet minimaal 15°C zijn.
Wij adviseren voor de eerste twee dagen een temperatuur van 18°C.
Bij lagere temperaturen zal het kalf meer energie (melk) verbruiken om zijn lichaamstemperatuur te kunnen handhaven. Om voedingstechnische redenen is de melkvoedering de eerste dagen beperkt en dan kan bij een lagere temperatuur de groei tegenvallen. De kans op ziekte of stress is in deze situatie veel groter.

Luchtvochtigheid
Voor de opvangstal wordt een relatieve luchtvochtigheid nagestreefd van max. 70%.
Een hoge relatieve luchtvochtigheid (90%) zal in combinatie met een hoge temperatuur, de warmte-afgifte bemoeilijken en afbreuk doen aan de gezondheid. Infectiebronnen hebben een grotere overlevingskans en ze kunnen zich onder vochtige condities beter verspreiden.

Luchtkwaliteit
De luchtkwaliteit in de stal wordt bepaald door schadelijke gassen en hoeveelheid stof.
De meest voorkomende schadelijke gassen in een stal zijn ammoniak (NH3), kooldioxide (CO2) en zwavelwaterstof (H2S). Bij NH3-concentraties hoger dan 10 ppm ontstaat irritatie van het slijmvlies van de luchtwegen, waardoor er gemakkelijk secundaire bacteriële infecties optreden.