De eerste biest moet zo snel mogelijk na de geboorte (binnen één uur) gegeven worden. Hoe korter na de geboorte, hoe beter de antistoffen uit de biest de darmwand van het pasgeboren lam kunnen passeren. Als de lammeren bij de ooi blijven, is het snel geven van biest vaak geen probleem. De lammeren die niet bij de ooi kunnen of mogen drinken moeten - met name de eerste dag - voldoende biest gegeven worden.
Eerste voeding
Voor de eerste voeding is ca. 60 cc biest het advies. Het beste kan de biest zes keer per dag verstrekt worden in een fles met speen in porties van 60 à 100 cc. Dit is afhankelijk van het gewicht van het jonge lam. Ook kan de biest onbeperkt worden verstrekt via de lambar. Extra controle op de opname is daarbij belangrijk.
Zwakkere lammeren
Voor zwakke lammeren, die niet op de gewone manier willen drinken, kan men gebruik maken van een maagsonde voor lammeren. Het onder dwang ingeven van biest met de fles ('vol gieten') is gevaarlijk in verband met de kans dat de melk in de longen terecht komt. Dit heeft meestal sterfte tot gevolg.
Gebrek aan biest
Als er geen biest van ooien beschikbaar is kan koebiest gebruikt worden. Hierbij moet enige voorzichtigheid in acht worden genomen:
- ingevroren koebiest langzaam opwarmen tot 40°C in verband met het uitvlokken van de eiwitten
- kans op bloedarmoede (afbraak van rode bloedlichaampjes). Om dit te voorkomen, kan biest onderzocht worden via de dierenarts
- het mengen van biest van meerdere koeien is aan te bevelen
Wanneer de lammeren eerst bij de moeder blijven, nemen ze binnen één dag voldoende biest op, zodat ze de tweede dag op Sprayfo Lam kunnen worden overgezet.
|