Schapen verdragen ook zeer lage temperaturen goed. Het meest belangrijk is een tochtvrije stal en de luchtvochtigheid mag niet te hoog zijn. Verder moet het temperatuurverschil tussen binnen- en buitenlucht zo klein mogelijk worden gehouden. Pasgeboren lammeren zijn zeer gevoelig voor tocht en moeten snel kunnen opdrogen.
Voor een goed klimaat gelden de volgende richtlijnen:
- stalinhoud per schaap 7 - 9 m³
- zijwandhoogte stal 2,0 meter
- luchtinlaat via een opening in de zijgevels over de gehele lengte van de stal
- luchtuitlaat via open nok
- inlaatopening 1,5 x uitlaatopening (beide zijden 0,75 x uitlaatopening)
- luchtgeleiding via klep: kleplengte minimaal 1,5 x hoogte luchtinlaat.
- de verhouding tussen het gewicht van het dier en de opening van de nok bij natuurlijke ventilatie is als volgt:
|
|
Gewicht (kg)
|
Opening nok
(cm2/dier)
|
|
Schaap
Schaap
Ooi
Ooi
|
20
40
60
80
|
100
170
185
215
|
Bron: IKC
Bij een systeem van mechanische ventilatie is de ventilatiebehoefte als volgt:
|
|
Gewicht (kg)
|
Ventilatiebehoefte (m3/uur/dier)
|
|
Schaap
Schaap
Ooi
Ooi
|
20
40
60
80
|
30
50
55
65
|
|