Water is het belangrijkste voedingsmiddel voor jonge kalveren. Een kalf moet dan ook altijd voldoende schoon water tot zijn beschikking hebben. Als er geen of te weinig water beschikbaar is, daalt de voeropname en daarmee de groei aanzienlijk.
Zie ook het artikel “Watervoorziening van levensbelang”.
Vochtbehoefte
Bij zowel gerantsoeneerde als voorraadvoedering krijgen de kalveren al na een week water, naast Sprayfo opfokmelk.
Water komt (in tegenstelling tot Sprayfo) in de pens terecht en niet in de lebmaag. De dagelijkse behoefte aan vocht is ongeveer 10% van het lichaamsgewicht.
Daarnaast gelden de volgende punten:
- water bevordert de opname van ruw en krachtvoer
- het water moet fris en schoon zijn
- de kalveren moeten het gemakkelijk kunnen vinden en er goed bij kunnen: controle moet eenvoudig kunnen plaatsvinden
- pas op voor opname van te veel koud water.
- de overgang van beperkte naar onbeperkte waterverstrekking kan het beste geleidelijk plaatsvinden
Manieren van waterverstrekking
Automatische zelfdrinkers met klepel
- het leren drinken geeft nogal eens moeilijkheden omdat het ventiel soms zwaar te bedienen is
- de bakjes vervuilen gemakkelijk
- de hoogte is ± 50 cm voor kalveren tot 4 maanden
Automatische zelfdrinkers met vlotterbak
- het water is gemakkelijk opneembaar
- let op verontreiniging van het water
- de hoogte is ± 50 cm voor kalveren tot 4 maanden
Drinknippel
- gemakkelijk te leren voor kalveren
- er is altijd schoon water aanwezig
- zowel hoge als lage druk is mogelijk
- er is kans op vrij veel morsen van water en daardoor een nat hok
- de hoogte van 80 – 100 cm is voor kalveren tot 4 maanden. In hoogte verstelbare nippels zijn het best.
Open vat/emmer
- de controle op de opname is gemakkelijk
- is moeilijker schoon te houden
- is goedkoop
- vraagt meer werk
Plaats van de watervoorziening
- voor een gemakkelijke controle op het functioneren en het schoonhouden kan de watervoorziening het beste bij het voerhek geplaatst worden.
- in verband met de relatie tussen wateropname en de opname van melk, ruw- en krachtvoer moeten deze voedermiddelen zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt verstrekt worden.
- bij voorraadvoedering van de melk moet de watervoorziening tussen de melk- en de ruw- en krachtvoervoorziening geplaatst worden.
|