|
Pagina 4 van 5
Luchtbeweging
Een absolute voorwaarde voor een goed stalklimaat is dat het rondom de dieren niet tocht. Dit betekent dat de luchtsnelheid in de directe omgeving van de kalveren niet hoger mag zijn dan 0,25 m/sec. Hogere luchtsnelheden veroorzaken tocht, zeker wanneer er een duidelijk temperatuurverschil is tussen instromende lucht en omgevingslucht van het kalf. Dat verhoogt de kans op longaandoeningen.
Een goed systeem is het binnen laten stromen van frisse, koude lucht via het voerpad. De afgewerkte lucht via de nok laten afzuigen. Is dit niet mogelijk, dan dient de binnenstromende lucht zodanig geleid te worden dat deze niet op de kalveren kan vallen.

Tochtende vensters e.d. boven de kalveren zijn vooral in koude periodes erg gevaarlijk. Ook tocht onder de roosters door moet voorkomen worden, omdat de ammoniakdampen dan bij de kalveren kunnen komen.
Luchtsnelheid hangt nauw samen met de ventilatiecapaciteit en de grootte van de inlaatopeningen. Als normen hiervoor gelden:
- Luchtinlaatopening: 4 cm² per m³ ventilatiecapaciteit
- Ventilatiecapaciteit
Benodigde ventilatiecapaciteit
|
Leeftijd (maanden)
|
Gemiddeld gewicht (kg)
|
Ventilatie capaciteit (m3/dier/uur)
|
|
1
|
60
|
60
|
|
3
|
100
|
100
|
|
6
|
175
|
170
|
|
12
|
305
|
245
|
|
18
|
425
|
330
|
|
22
|
500
|
400
|
Bron: IKC
Zelfs als de ventilatie aan deze normen voldoet, kan er nog tocht ontstaan. Dit wordt dan veroorzaakt door de plaats van de ventilatoren en/of de luchtinlaatopeningen.
In gebieden waar dat klimatologisch mogelijk is, is een natuurlijke ventilatie te verkiezen boven een mechanische. Er worden hierbij wel andere voorwaarden aan de stalbouw gesteld dan bij mechanische ventilatie.
|