Sprayfo Kalveren UNTITLED 3 Vleeskalveren Lammeren Veulens Geitenlammeren Buffels Sloten
Stalklimaat
Inhoudsopgave
Stalklimaat
Staltemperatuur
Luchtvochtigheid
Luchtbeweging
Luchtsamenstelling
Alle pagina's

De belangrijkste factoren van het stalklimaat zijn:
  • staltemperatuur
  • luchtvochtigheid
  • luchtbeweging
  • luchtsamenstelling


Staltemperatuur

Voor alle leeftijdscategorieën gelden de zelfde randvoorwaarden.
De absolute temperatuur is niet zo belangrijk. Algemene stelregel: ruik je de kalveren niet dan wordt er te hard geventileerd! (het moet in de stal zo fris zijn dat men de kalveren niet ‘ruikt’).
Een absolute voorwaarde is dat de dieren droog kunnen liggen op een isolerende ondergrond.

Probeer temperatuurschommelingen zo klein mogelijk te houden. Temperatuurverschillen in de directe omgeving van de kalveren van meer dan 5°C, bijv. tussen dag en nacht, kunnen al leiden tot longproblemen. Vooral koude voor- en najaarsnachten na een relatief warme dag zijn gevaarlijk.



Luchtvochtigheid

Probeer de luchtvochtigheid rond 60% te handhaven. Een te hoge luchtvochtigheid verhoogt de kans op longproblemen.



Luchtbeweging

Een absolute voorwaarde voor een goed stalklimaat is dat het rondom de dieren niet tocht. Dit betekent dat de luchtsnelheid in de directe omgeving van de kalveren niet hoger mag zijn dan 0,25 m/sec. Hogere luchtsnelheden veroorzaken tocht, zeker wanneer er een duidelijk temperatuurverschil is tussen instromende lucht en omgevingslucht van het kalf. Dat verhoogt de kans op longaandoeningen.

Een goed systeem is het binnen laten stromen van frisse, koude lucht via het voerpad. De afgewerkte lucht via de nok laten afzuigen. Is dit niet mogelijk, dan dient de binnenstromende lucht zodanig geleid te worden dat deze niet op de kalveren kan vallen.

Ventilatie


Tochtende vensters e.d. boven de kalveren zijn vooral in koude periodes erg gevaarlijk. Ook tocht onder de roosters door moet voorkomen worden, omdat de ammoniakdampen dan bij de kalveren kunnen komen.

Luchtsnelheid hangt nauw samen met de ventilatiecapaciteit en de grootte van de inlaatopeningen. Als normen hiervoor gelden:
  • Luchtinlaatopening: 4 cm² per m³ ventilatiecapaciteit
  • Ventilatiecapaciteit
Benodigde ventilatiecapaciteit
 
 Leeftijd (maanden)
 Gemiddeld gewicht (kg)
 Ventilatie capaciteit (m3/dier/uur)
1
60
60
3
100
100
6
175
170
12
305
245
18
425
330
22
500
400
 Bron: IKC                                                                  
 
Zelfs als de ventilatie aan deze normen voldoet, kan er nog tocht ontstaan. Dit wordt dan veroorzaakt door de plaats van de ventilatoren en/of de luchtinlaatopeningen.

In gebieden waar dat klimatologisch mogelijk is, is een natuurlijke ventilatie te verkiezen boven een mechanische. Er worden hierbij wel andere voorwaarden aan de stalbouw gesteld dan bij mechanische ventilatie.




Luchtsamenstelling

De samenstelling of kwaliteit van de lucht is uiteraard van het grootste belang. Er moet voldoende toevoer van frisse lucht zijn en voldoende afvoer van ‘afgewerkte’ lucht met schadelijke gassen, stof en ziektekiemen.
Een goede (natuurlijke of mechanische) ventilatie is daarom een noodzaak.