Diverse factoren zijn van invloed op de gezondheid en het welzijn van uw kalveren.
Een passende stalinrichting hoort daar zeer zeker bij.
We behandelen het aantal benodigde stalplaatsen voor kalveren en typen stallen.
Drinkautomaat
Een indeling met een drinkautomaat is zeer bedrijfsspecifiek. Wij helpen u hier graag mee. Neem contact op met een van onze Topfokspecialisten.

Aantal benodigde stalplaatsen
Het aantal benodigde stalplaatsen voor de verschillende leeftijdscategorieën is afhankelijk van het afkalfpatroon en het aantal kalveren dat wordt aangehouden. Bij een redelijk normaal afkalfpatroon kan de volgende tabel als richtlijn genomen worden:
|
Leeftijd dieren (maanden
|
Aanhoudingspercentage
|
|
35%
|
50%
|
|
Aantal plaatsen in
% van het aantal
koeien
|
Aantal plaatsen bij 80 koeien
|
Aantal plaatsen in
% van het aantal
koeien
|
Aantal plaatsen bij 80 koeien
|
|
0 - 0,5
|
15
|
12
|
25
|
20
|
|
0,5 - 2
|
15
|
12
|
25
|
20
|
|
2 - 6
|
15
|
12
|
25
|
20
|
|
6 - 18
|
20
|
16
|
30
|
24
|
|
18 - 22
|
10
|
8
|
15
|
12
|
Bron : IKC
Bij een zeer goed gespreid afkalfpatroon kan men voor de periode van 0 tot 2 maanden bij een aanhoudingspercentage van 35% volstaan met een aantal plaatsen van 10 tot 12%.
Bij een aanhoudingspercentage van 50% is dat 15 tot 20% van het aantal melkkoeien.
Afkalfstal
Een goede afkalfstal is voor elke stal- en/of bedrijfstype een noodzaak, hier begint immers de kalveropfok. De afkalfstal kan als ingestrooide box of als standenstal uitgevoerd worden.
Enkele richtlijnen:
- box: afmetingen min. 3,5 m breed en 3 tot 5 m diep
- vloerafschot 2 cm per meter voor een goede gierafvoer
- stand: afmetingen 1,20 à 1,25 m breed en 1,60 à 1,65 m diep

- drijfmestgrup 0,80 à 1,00 m breed en looppad 1,60 m breed
- vlak voor de geboorte goed dik in stro
- na elke afkalving box cq. stand goed schoon maken, ontsmetten en laten drogen (kalk instrooien). Voor het kalven opnieuw instrooien met schoon stro
- de afkalfstal is een aparte ruimte, ondergebracht in de stal met de andere koeien
- een afkalfstal mag NOOIT als ziekenstal gebruikt te worden.
- aantal benodigde afkalfplaatsen: 4% van het aantal melkkoeien
Opvangstal
Omdat de kalveren in de eerste levensdagen het meest kwetsbaar zijn, is individuele huisvesting beslist aan te raden. Verder mogen er in een opvangstal geen afkalvende koeien of andere oudere dieren gehuisvest worden.
Voordelen
Voordelen van individuele huisvesting in eenlingboxen zijn:
- beperkt het risico van het overbrengen van ziektes
- gemakkelijkere controle op gezondheid, voeropname en vertering

- betere bescherming tegen eventuele tocht
- beperkt het bij elkaar likken en zuigen
- gemakkelijk creëren van droge en schone ligplaats door lattenroosters onder het stro
Uitvoering
Aan de uitvoering van éénlingboxen kunnen de volgende eisen worden gesteld:
- afmetingen 60 à 75 cm breed en 1,30 m lang
- uitneembaar lattenrooster met spleetbreedte van 2,5 cm
- lattenrooster dient minimaal 15 cm boven de vloer te liggen (zie Kalverbesluit)
- zijwandhoogte ± 110 cm boven het lattenrooster
- zijwand van glad materiaal (gemakkelijk te reinigen)
Voorfront
Het voorfront is zodanig uitgevoerd dat er plaats is voor:
- speenemmer voor voorraadvoedering (speen ± 60 à 70 cm boven rooster)
- bakje voor krachtvoer (eventueel gemengd met lucerne)
- emmer voor drinkwater
- een hooiruif op de tussenwand
De boxen dienen zodanig geplaatst te worden, dat men gemakkelijk achter de kalveren langs kan lopen voor controle. Door de boxen in twee of meer groepen te plaatsen, kan men – afhankelijk van de grootte van het bedrijf – een "all in / all out" systeem toepassen.
De eenlingboxen kunnen zowel in een gesloten stalruimte als in een open stal (bijv. onder een kaploods) geplaatst worden.
Kalveriglo’s
Een goed alternatief voor een opvangstal met eenlingboxen is in veel gevallen het plaatsen van buitenhokken, de zogeheten kalveriglo's. Hierin kunnen kalveren de gehele melkperiode ondergebracht worden.
Enkele aandachtspunten:
- de verzorger moet in weer en wind buiten de kalveren verzorgen
- het voeren van kracht- en ruwvoer vraagt extra aandacht
- harde ondergrond met afschot voor afvoer en opvang van gier, mest en regenwater
- opening naar zuiden of zuidoosten of op max. 3 meter afstand naar de stalmuur gericht.
- overgang van iglo (buiten) naar jongveestal (binnen) kan problemen opleveren, met name als de jongveestal een minder goed klimaat heeft
Voor pasgeboren, zwakke kalveren dient een verwarmingsmogelijkheid, bijv. een warmtelamp, aanwezig te zijn om ze sneller op te laten drogen.
Opfokstal
Na een verblijf van ± 14 dagen in de eenlingboxen gaan de kalveren naar de opfokstal. Hier kan men het beste groepshuisvesting toepassen met een groepsgrootte van 4 à 6 kalveren in uniforme groepen. Plaats per hok een hooiruif, krachtvoerbak en drinkbakje of nippel.
Wordt de melk via de kalverbar verstrekt, dan is per 3 à 4 kalveren één speen voldoende.
Belangrijk is, dat de vier voedermiddelen (melk, water, ruw- en krachtvoer) dicht bij elkaar geplaatst zijn.
Mogelijkheden van groepshuisvesting zijn:
Groepshok met stro:
- hokoppervlak per kalf ± 2,5 m2 (de norm is 1,5 maar in de praktijk is dat te klein)
- voerhekbreedte 35 à 40 cm per kalf
- hokdiepte 300 à 350 cm
- een dichte tussenwand tussen de groepshokken van 1,20 m. hoog
Groepshok met een gemeenschappelijk ligbed:
- hokoppervlak per kalf ± 2,0 m2
- verhoogd ligbed tegen achterwand van het hok
- loop en eetruimte dienen uitgevoerd te worden als roostervloer (spleetbreedte 3 cm)
- ligbeddiepte 1,60 m
- afschot ligbed naar roostervloer 3 cm per meter
- achterkant ligbed 12 cm boven rooster
- diepte loop eetruimte 2 m
- voerhekbreedte 35 à 40 cm per kalf
Groepshok met ligboxen:
- afmetingen hok als bij groepshok met ligbed
- ligboxen i.p.v. gezamenlijk ligbed
- Afmetingen ligboxen: 0,5 – 2 maanden: 70 x 130 cm
2 – 4 maanden: 80 x 160 cm.
Jongveestal
Wanneer de kalveren vanuit de opfokstal naar een jongveestal gaan, gaat de voorkeur uit naar groepshokken met ligboxen. In deze leeftijdsfase zijn groepshokken met volledig roostervloer verboden. De volgende tabel is een samenvatting van de richtlijnen voor de afmetingen van jongveehuisvesting.
Samenvatting richtlijnen afmetingen jongveehuisvesting (naar Pieters, 1999)
|
Leeftijdscategoriën (maanden)
|
0-2
|
0,5-3
|
3-6
|
6-12
|
12-18
|
18-22
|
|
Eenlingbox
|
|
|
|
|
|
|
|
■ boxbreedte (cm)
|
81-85
|
|
|
|
|
|
|
■ boxlengte (cm)
|
130-150
|
|
|
|
|
|
|
Groepshok met stro
|
|
|
|
|
|
|
|
■ min. opp. (m2/dier)
|
|
1,5
|
|
|
|
|
|
■ min. hokdiepte (cm)
|
|
300
|
|
|
|
|
Tweevloerenstal
■ loop-eetruimte roosters (cm)
■ Ligruimte stro (cm)
■ Diepte ligruimte (cm)
■ Eetbreedte (cm) |
|
175
250
30 - 40
50 |
200
250
30 - 40
50
|
|
|
|
|
Ligboxenstal
|
|
|
|
|
|
|
|
■ boxbreedte (cm)
|
|
60
|
70
|
80
|
90
|
100 - 110
|
|
■ boxlengte-buitenrij (cm)
■ boxlengte-binnenrij (cm)
|
|
130
130
|
160
160
|
180
180
|
200
190
|
220
210
|
|
■ hoogte schoftboom (cm)
|
|
|
75
|
85
|
95
|
105
|
|
■ loop-eetruimte (cm)
■ loopruimte tussen 2 rijen
boxen (cm)
|
|
|
200
|
220
175
|
275
200
|
200
|
|
■ eetbreedte per dier (cm)
|
|
35
|
40 - 45
|
45 - 50
|
50 - 55
|
55 - 60
|
|
■ hoogte drinkbakken (cm)
■ hoogte drinknippels (cm)
■ spleetbreedte rooster (cm)
|
100
|
110
3
|
60
3
|
70
3,5
|
80
3,5
|
100
3,5
|
Volledig rooster met rubber
■ hokdiepte (cm)
■ vloeroppervlak (m2/dier) |
|
1,5 |
1,7 |
200-300
1,8 |
300-320
1,8 |
300-350
1,8 |
Grupstal
■ standbreedte (cm)
■ standlengte open grup (cm)
■ standlengte drijfmestgrup (cm) |
|
|
110
|
80
120
130 |
90
140
140
|
100
150
150
|
Bron: Handboek Melkveehouderij 2010
|