Gezonde kalveren zijn essentieel voor een positief bedrijfsresultaat.
Immuniteit
Het kalf wordt zonder afweer tegen ziektes geboren.
Immuniteit geeft het kalf de benodigde weerstand tegen ziektes.  Er zijn twee soorten immuniteit:
Passieve immuniteit:
- Wordt via de biest van de moeder overgebracht op het kalf.
- De moeder is actief geïmmuniseerd en het kalf krijgt via de biest antilichamen binnen.
- Soms kan de biest van een andere koe beter zijn voor het kalf.
Deze immuniteit is voor de eerste levensweken van groot belang.
Actieve immuniteit:
- Het kalf bouwt dit zelf op, door contacten met ziektekiemen (bacteriën, virussen) zonder dat het dier ziek wordt
- Na het doormaken van een ziekte (bacterieel of viraal van aard)
- Door middel van vaccinatie met verzwakt virus of bacteriële antigenen
De actieve immuniteit blijft langer bestaan dan de passieve immuniteit en geeft een hogere weerstand, maar wordt pas na de geboorte geleidelijk opgebouwd. Het duurt dus een aantal weken na de geboorte voordat een voldoende hoog niveau bereikt is. Eventuele vaccinaties bij de moeder (afweerstoffen via de biest) en/of kalf (opbouw eigen afweersysteem) dienen in overleg met de dierenarts uitgevoerd te worden.
Kalversterfte
De kalversterfte is hoog: 10 à 12% van de kalveren sterft voordat ze een leeftijd van 3 maanden hebben bereikt. De uitval vindt voor ongeveer 90% plaats rondom de geboorte en tijdens de eerste levensweek.
Dit betekent niet alleen het verlies van de verkoopwaarde van het kalf, maar bij een fokkalf ook twee jaar achterstand in die foklijn. Naast sterfte kost ook ziekte veel geld door groeivertraging en behandelingskosten, om maar niet te spreken van het extra werk en de ergernis.
|