|
Pagina 8 van 15
Longwormen
Longwormen kunnen in extreme gevallen de oorzaak zijn van kalversterfte. In minder ernstige gevallen kan sprake zijn van een duidelijke groeivertraging.
Verschijnselen
- van een lichte hoest tot een ernstige benauwdheid (verschilt per kalf)
- versnelde ademhaling
- weinig eetlust
- vermagering
Oorzaken
Longwormen leggen eieren in de bronchiën. Deze eieren worden door het kalf opgehoest en komen in het maagdarmkanaal terecht. Deze eitjes ontwikkelen zich in het maagdarmkanaal tot larven en komen in de mest terecht. In de mest ontwikkelen deze larven zich tot besmettelijke larven en via het gras worden deze larven door het kalf opgenomen. In de lebmaag van het kalf volgt een verdere ontwikkeling van de larve en via de darm komt de larve in de bloed- en lymfevaten terecht. Via deze vaten kan de larve zich verplaatsen naar het longweefsel, waar ze uitgroeien tot volwassen wormen.
Deze wormen zijn de oorzaak van genoemde ziekteverschijnselen.
Behandeling
Doordat de larve na opname via de darm in contact komt met het bloed, wordt er door het kalf immuniteit opgewekt tegen de larve. Deze immuniteit zorgt er voor, dat de larve het volwassen eindstadium niet meer kan bereiken. Heeft een kalf eenmaalmaal longwormen gehad, dan is het immuun, maar deze immuniteit moet wel worden onderhouden.
- Zorg voor vaccinatie, voordat het kalf voor de eerste maal in contact komt met de larve van de longworm. Dit moet gebeuren op een leeftijd van 6 à 7 weken, met een tweede enting 4 weken daarna.
- Pas twee weken na de tweede enting mogen de kalveren de weide in.
- Kalveren die matige verschijnselen vertonen, kunnen het beste vaak worden omgeweid naar weides met een lage infectiedruk, zoals pas gemaaide weide.
- Hierdoor kunnen infecties deels worden voorkomen.
- Kalveren die ernstige verschijnselen vertonen, kunnen het beste op stal behandeld worden.
|