Sprayfo Kalveren UNTITLED 3 Vleeskalveren Lammeren Veulens Geitenlammeren Buffels Sloten
Opfok is geen eenheidsworst
maandag 01 februari 2010 11:41
Minder dierenartskosten, minder uitval en eerder insemineren. De ideale kalveropfok levert veel geld op, maar is in de praktijk niet altijd haalbaar. Veehouders zien te weinig meerwaarde in het opfokken volgens het boekje, omdat het resultaat pas op de lange termijn zichtbaar is.

Dat bleek dinsdag in het Limburgse Panningen tijdens een bijeenkomst van mengvoerfabrikanten Isidorus en Vitelia over kalveropfok.
Volgens opfokspecialist Hans Wansink van Sprayfo-producent Sloten zijn de puntjes op de i belangrijk voor de verdere ontwikkeling van de koe.
“Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat een koe die als kalf het eerste etmaal vier liter biest kreeg, in de eerste twee lactaties 1000 kilo meer melk geeft.”
 

De eerste biest moet binnen twee uur na de geboorte worden verstrekt.
“Dan laat de darmwand de biest het gemakkelijkst door, waardoor het beter
wordt opgenomen”, vertelt Wansink. Hij is voortander van een goede opfok.
“Bij de jeugdgroei, in het eerste jaar, vervet het kalf niet. Hierdoor wordt het opgenomen voer omgezet in groei. Om voldoende voer op te nemen moet het magenstelsel, met name de pens, voldoende worden ontwikkeld”.

Kunstmelk
Volgens Wansink hoort bij een goede start onder meer de overstap op kunstmelk na drie dagen biest. Vervolgens leidt een apart jongveerantsoen met voldoende structuur en kalverkorrel tot een optimaal resultaat. “Maar liefst 80 procent van de diarree ontstaat door voedingsfouten en is dus te voorkomen”. Verder betaalt het rendement zich ook terug op de lange termijn, weet Wansink. Doordat de dieren zich als kalf beter ontwikkelen, zijn ze een maand eerder te insemineren, blijkt uit onderzoek. “Dit betaalt zich terug in een hogere levensproductie.” Toch is het volgens hem lastig om een goede kalveropfok onder de aandacht te krijgen.”Veehouders die willen investeren, stoppen liever geld in het melkvee dan in de jongveeopfok. Dat heeft blijkbaar minder prioriteit.”
 

Melkveehouder Thijs Houtackers uit het Limburgse Dieteren weet hoe lastig het is. Hij werkt daarnaast bij de bedrijfsverzorging. Hij ziet op andere bedrijven dat het opfokboekje niet altijd wordt gevolgd. “Her en der zijn dingen te verbeteren. Een bijeenkomst als deze zet je weer scherp”. Toch verwacht hij dat de aanwezige veehouders niet alles klakkeloos overnemen. “Zelf kan ik bijvoorbeeld in de afkalfruimte geen koeien vastzetten om te melken. Een koe die ’s avonds laat afkalft, wordt de volgende ochtend pas gemolken. Hierdoor krijgt een kalf pas enkele uren later de eerste biest dan volgens de boekjes eigenlijk zou moeten.”
Ook geeft de ondernemer het jongvee het restvoer van de melkkoeien. “Volgens de specialisten is een apart rantsoen beter”, vertelt de melkveehouder. “Maar dit bevalt ons heel prima. De kalveren vreten het goed en er zijn geen problemen. Hierdoor is de noodzaak tot veranderen veel kleiner.”
 
Gepubliceerd door: Nieuwe Oogst, 30-01-2010
Foto: Nieuwe Oogst