|
Ideale huisvesting voor kalveren tot 3 maand |
Kouval en tocht zijn funest voor de jongste groep kalveren. Met het oog op een constant klimaat maakt mechanische ventilatie zijn opmars op melkveebedrijven. De huisvestingsmethode lijkt ideaal voor kalveren van één tot drie maanden.
Nieuwbouw voor jongvee lijkt not done. Op de meeste melkveebedrijven krijgen de opfokkalveren een plaatsje in bestaande bedrijfsgebouwen. Dat geldt zowel voor de oudste als voor de jongste groep van het jongvee. De variatie aan huisvestingssystemen is zo in de praktijk erg groot. “Bestaande gebouwen kunnen vaak met een aantal kleine aanpassingen ingevuld worden door jongvee”, stelt Jauke Hofman, projectadviseur Stalbouw.nl. “Jongveehuisvesting is daardoor bij iedere melkveehouder een ander verhaal. De situaties lopen te ver uiteen om voor jongveehuisvesting ook echt één best passend systeem naar voren te schuiven.”
Toch zijn er ook nieuwbouwvoorbeelden, weliswaar in beperkte mate.
“Kalveren worden over het algemeen te weinig gewaardeerd op melkveebedrijven”, vindt Willem van Laarhoven van Valacon-Dairy. “In landen als Amerika en Canada zijn melkveehouders zuiniger op het jongvee. Het bewustzijn leeft hier nog te weinig dat duurzaamheid van melkvee veel te maken heeft met de optimalisatie van de jongveeopfok.”
Melk- en jongvee gescheiden
Net als in Nederland vindt ook in Vlaanderen weinig nieuwbouw voor jongvee plaats. “Veehouders kunnen met het jongvee meerdere kanten op en gaan daarom sneller de bestaande melkveestal renoveren voor de huisvesting van de jongere dieren”, zegt Suzy Van Gansbeke, groepsvoorlichter bij de Vlaamse Overheid. “Melkveehuisvesting is beter af te lijnen. Bij de jongveehuisvesting bestaan meer onzekerheden in leeftijdsverdeling.
Zo is bijvoorbeeld het aantal benodigde plaatsen in de tijd variabel en afhankelijk van factoren als het afkalfpatroon van de veestapel.” De ontwikkeling dat jongvee en melkvee bij groeiende bedrijven van elkaar worden gescheiden, juicht Suzy Van Gansbeke toe. “Het is erg praktisch om de veestapel zoveel mogelijk onder één dak te huisvesten, maar in de praktijk is het klimaat voor de verschillende diergroepen moeilijk verenigbaar. “
Kalveren kunnen beter niet in de melkveestal, maar in een afgesloten en mechanisch geventileerde ruimte worden gehuisvest. De reden daarvoor zijn de verschillende klimaateisen. “Het bewustzijn groeit dat jongvee en melkvee of zelfs explicieter kalveren en melkvee niet in dezelfde ruimte horen”, bevestigt ook Jan Klasen van Sloten. Ook hij stelt een ontwikkeling naar meer afgesloten kalverafdelingen met mechanische ventilatie vast.
Bij een combinatie van diergroepen is de beste keuze het jongvee aan de zuidwestkant te plaatsen. “Jongvee past beter aan de kant waar de verse lucht binnenkomt in verband met de luchtstroom en het verspreiden van eventuele infecties.”, vertelt Van Gansbeke. Voorwaarde is dat het niet tocht. Ze wijst ook op de logistiek. “De looplijnen kunnen het beste zo georganiseerd worden dat het vee van jong naar oud is gerangschikt. Dan kan ook de verzorging in die volgorde gebeuren. Dat helpt om de infectiedruk bij de jongste kalveren laag te houden.”
Automatisch grotere groepen
Kalveren worden de eerste twee weken veelal in kalveriglo’s of in eenlingboxen gehuisvest. Na die twee weken kiezen veel veehouders voor groepshuisvesting in stroboxen, later gevolgd door huisvesting in ligboxen. “Bij groeiende melkveebedrijven wordt na nieuwbouw van de melkveestal vaak ook de jongveeopfok aangepakt,” ziet Jauke Hofman in de praktijk. “Meer vee betekent meer werk. Ook de jongveeopfok wordt dan nagezien om het werk zo efficiënt mogelijk in te delen. Dat gebeurt meestal wel pas in een latere fase van de bedrijfsontwikkeling.”
Jan Klasen vestigt de aandacht op ontwikkelingen als het gebruik van een kalverdrinkautomaat of een milkbar na de periode in de eenlingbox. “Met de groei van de bedrijven worden de groepen kalveren ook steeds groter. Veehouders moeten dan wel op een andere manier voeren en zoeken in de richting van automatiseren.”
Grotere groepen zijn bij strohuisvesting niet per definitie nadelig. “In een strostal mag de variatie in de groep groter zijn”, voegt Suzy Van Gansbeke daaraan toe. “Bij huisvesting in ligboxen is het belangrijk de groepen gelijkwaardiger samen te stellen en erop te letten dat de ligboxen qua aantallen en maatvoering goed aangepast zijn op de dieren.”
Mechanische ventilatie ideaal
Basisregel voor een goede huisvesting van jonge kalveren is het verhinderen van tocht en kouval. “De eerste 14 dagen is het kalf zelf niet in staat om warmte te produceren”, stelt Jan Klasen. “En kalf mag het in die periode nooit of te nimmer koud hebben of last hebben van kouval. De ideale stal voor kalveren is dus een mechanisch geventileerde stal voorzien van een computergestuurde klimaatregeling en een geïsoleerd dak. Een goed aangepast voerschema is cruciaal voor het warmtebehoud in de eerste weken.”
Dat een mechanisch geventileerde kalverafdeling de beste oplossing is om het kalf een zo constant mogelijk klimaat aan te bieden, is ook de mening van Willem van Laarhoven van Valacon-Dairy. Hij ziet het systeem als ideaal voor de huisvesting van kalveren van nul tot drie maanden. “Net vóór de leeftijd van 3 maanden hebben veel kalveren last van een immuniteitsdip. Door pas na 3 maanden over te gaan naar een ander type huisvesting met natuurlijke ventilatie, wordt die dip in de weerstand van het kalf goed opgevangen.”
Zowel eenlingboxen als groepshokken passen in de geventileerde ruimte. “Vaak kiezen veehouders voor een opzet met aan de ene kant eenlingboxen en aan de andere kant enkele groepshokken op stro.” In een ideale situatie wordt een overschot aan eenlingboxen meegerekend om ruimte bij afkalfpieken te houden. Van Laarhoven: “Het mooiste is als je de tijd hebt om de kalverhokken na gebruik te reinigen, te ontsmetten en te laten opdrogen. Dat is heel effectief om de besmettingsdruk te verminderen.”
Stier- en vaarskalveren worden eveneens steeds meer van elkaar gescheiden gehouden. Ook daar geldt de redenering van verlaagde infectiedruk door het vermijden van bezoekers in de kalverafdeling. Jan Klasen: “Een individueel kalverhok op wielen, noem het maar een ‘afleverhok’, kan ook helpen om het contact tussen veehandelaars en de veestapel te beperken.”
Bron: Veeteelt, mei 2011
Door: Annelies Debergh
|