|
Henk-Jan Winkelhorst uit Aalten groeit met aandacht voor kalveren |
|
maandag 07 december 2009 09:00 |
"Zo worden het probleemloze koeien"
Boerderij ‘Old Essink’ van Henk-Jan Winkelhorst in Aalten doet alles behalve ‘old’ aan. Wie een van de metersbrede opritten indraait, ziet een imposante rij kuilen, een ruim schoon erf, een nieuwe stal en daarachter: een grote jongveestal. Alleen een overenthousiaste hond verstoort de heersende rust en orde.
In negen jaar groeide het melkbedrijf van Winkelhorst van 120 naar 220 koeien. Binnen zes jaar wil hij 400 koeien, dus houdt hij alle vaarskalveren aan. Zo’n 100 stuks lopen in eigen stal. Hoewel de boer zijn handen vol kan hebben aan zijn melkveestapel, haalt hij ook de 80 uitbestede kalveren het komende jaar weer naar huis. „De opfokker doet het netjes hoor, maar ik wil het in eigen hand hebben. Kalveren zijn zo belangrijk voor je hele bedrijfsvoering. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.” Ondanks twee parttime personeelsleden kiest Winkelhorst ervoor om al het jongvee persoonlijk te verzorgen. „De medewerkers mogen melken. Een belangrijke maar constante bezigheid. Bij de kalveren verandert het bijna iedere dag. Gaat daarbij iets verkeerd, dan blijft dat een koe z’n leven lang achtervolgen.”
Tussen wal en schip
Het heeft hem flink wat gekost voordat het belang van jongveeverzorging tot hem doordrong, vertelt Winkelhorst. Toen hij in 2000 het bedrijf van zijn ouders overnam en een groeispurt inzette, schoten de kalveren er regelmatig bij in en namen de gezondheidsklachten toe. „Ze kregen steeds meer longproblemen, diarree, noem maar op. Alles wat je niet wilt, hadden we.” In 2003 was de maat vol en werd een goede jongveestal gebouwd in plaats van ze bij het melkvee te houden. De nadruk kwam te liggen op ziektedrukverlaging, overzicht en een duidelijke werkwijze. „Ik liet specialisten komen en begon me te realiseren dat hoe groter je bedrijf is, des te meer aandacht je juist voor de kalveren moet hebben. De ziektedruk stijgt immers met het aantal. Bovendien is het nog belangrijker dat het effi ciënte, probleemloze koeien worden.”
Winkelhorst is niet de eerste en vast niet de laatste die door de grootte van zijn bedrijf in de knoop kwam met zijn jongvee.
„Het probleem is dat je tussen wal en schip valt. Je bent te groot om alles nog goed na te komen, maar te klein om iemand puur voor het jongvee aan te nemen, zoals in Oost-Duitsland of Amerika. Je doet, naast al je werk, ook nog ‘even’ de kalveren. Daar gaat het mis, de nadruk ligt teveel op de koeien. Ik zie het nog wel eens op open dagen: perfecte koeien maar van die sneue kalfjes, of een prachtige grote stal met daarnaast een hokje voor het jongvee. ‘Kerel, je komt er nog wel achter’, denk ik nu.”
Kalverstal
Een hygiënesluis bij de ingang van de kalverstal toont de zorgvuldigheid die Winkelhorst nu nastreeft. Al wordt de douche zelden gebruikt, geeft hij toe, en wordt de wasbak nog wel eens overgeslagen, de laarzen worden voor binnenkomst altijd netjes afgespoeld. Naast de deur hangt een bord met alle kalfgegevens. „Zo is makkelijk te zien hoe lang ze bijvoorbeeld nog biest moeten. Daar ben ik strikt in: drie dagen, van de eigen moeder en altijd in de eigen emmer.” De kraan voor het aanmaken van poeder is uitgerust met een thermostaat, zodat de temperatuurverschillen worden uitgesloten. In de eenlinghokjes, individueel naar buiten te rijden zodat ziektekiemen bij het schoonmaken niet door de stal vliegen, wachten pasgeboren kalveren tot ze na tien dagen naar een van de vier ruime strohokken (ruim 60 vierkante meter per 12 kalveren) mogen. Winkelhorst is enthousiast over de twee drinkautomaten die daar staan. „Door het alarm merk je ziektes veel eerder op. Bovendien krijgen ze melk van constante samenstelling en gaat het op- en afbouwen heel geleidelijk. Na 70 dagen zijn ze van de melk af zonder te schreeuwen.”
Lonen doen de twee automaten bij hem, met constant 40 kalveren erop, zeker. Maar ook op kleinere bedrijven vindt hij het aan te raden. “Je kunt een dure melkstal zetten voor een half uur tijdwinst per dag, maar deze automaat zorgt daar met een veel kleinere investering voor.”
Ziektedruk
De stiertjes blijven in de eenlinghokjes om de infectiedruk niet onnodig te verhogen. In de toekomst verhuizen ze om die reden naar iglo’s buiten. Voordat de veehandelaar kalveren ophaalt, gaan ze nu al in een hok buiten de stal zodat zo min mogelijk ‘vreemden’ binnenkomen. Een andere manier van ziektedrukverlaging is het niet langer doorschuiven binnen hokken. „Eens paar maand gaan alle kalveren uit één hok tegelijk naar de roosters. Ik maak het hok schoon en de jongsten vanuit de eenlingboxjes kunnen daar weer in. Je sleept zo geen ziektes meer van het ene naar het andere verblijf, dat scheelt echt.”
Verbetering
Hoewel het nu goed loopt, blijven er altijd verbeterpunten, benadrukt Winkelhorst. Kalverspecialist Hans Wansink van Sprayfo, die sinds de bouw van de stal onaangekondigde bezoekjes brengt, helpt hem daarbij. „Niet om reclame te maken, maar ik heb veel aan hem te danken. Hij tikt me op de vingers. Zie je dat kalf met dat vieze staartje? Hij zou onmiddellijk zeggen: ‘Wat is daarmee? Waarom heb je nog niks gedaan?’. Soms heb je dat nodig.” Wie er een tijdje in de ruime stal staat krijgt het fris, om niet te zeggen koud. „We wilden veel licht, lucht en ruimte voor de kalveren. Helaas is het iets té veel lucht geworden, dus daar ligt ook nog een verbetering. Ik wil platen onder de muuropening hangen, zodat een verstelbaar dakje ontstaat. Wie het helemaal volgens het boekje wil doen, moet gesloten afdelingen bouwen die apart schoon te maken zijn en klimaatcomputers hebben. Een varkensstalidee. Maar denk eens aan de kosten, en de inefficiëntie bij het voeren.” Een beweging uit de varkenswereld die Winkelhorst wel aanspreekt zijn protocollen en vaste dagen voor werkzaamheden. „Daar wil ik van de winter mee aan de slag. Een A4-tje met afspraken krijg ik zo vol. Bij de koeien hebben we al wat vaste dagen, zoals woensdag droogzetdag. In de toekomst is dat bij het jongvee ook wel een idee. Derde dinsdag in de maand kalveren verplaatsen bijvoorbeeld.”
Kosten
Op de vraag of zijn jongveeopfok loont, volgt een lachsalvo. „Ik wil niet eens weten wat het kost. Zo’n 1.100, 1.200 euro per vaars, denk ik. Als je bedenkt dat je voor 950 euro een prachtige vaars kunt kopen, loont het niet. Maar als van die tien vaarzen er vier uitvallen, wordt het al heel anders. Gezonde eigen kalveren worden goede koeien die precies zijn ingesteld op je bedrijf. En dat loont zeker.”

B E D R I J F S G E G E V E N S
Henk-Jan Winkelhorst melkt in Aalten 220 melkkoeien in een 2 x 14 zeventig graden melkstal. Komend jaar wil hij een nieuwe stal bouwen zodat het bedrijf kan groeien naar 400 koeien en het jongvee ouder dan een jaar weer naar huis kan.
Totaal heeft Winkelhorst 180
stuks jongvee. |
Bron: Vee & Gewas, 5 december 2009
door: José Hartemink
foto: Ellen Meinen
Wilt u ook kalveropfokadvies op maat?
Neem dan contact op met de Sprayfo opfokspecialist in uw regio.
> klik hier voor meer artikelen
|
|