|
Goed biestmanagement levert € 100,- per koe op |
|
maandag 22 februari 2010 10:15 |
Jongdiervoederproducent Sloten B.V. houdt dit winterseizoen Sprayfo workshops over een gezonde kalveropfok. Op 29 januari gebeurde dit in samenwerking met Agrifirm, bij Eddie Gras in Havelte. Veehouders gingen met elkaar in gesprek over het belang van biestmanagement en goed ontwikkelde kalveren.
De sterfte onder levend geboren kalveren op Nederlandse melkveebedrijven is gemiddeld 10 procent, met een variatie tussen bedrijven van minder dan 2 tot meer dan 20 procent. „Met goed biestmanagement kan dat omlaag naar 5 procent”, zegt Albert Hilbrands van Sloten. „Als kalveren het vanaf de geboorte goed doen, dan gaat de kalversterfte omlaag, kunnen de vaarzen eerder afkalven en levert dat in de eerst twee lactaties meer melk op. Dat levert al snel 100 euro per koe op.” Samen met Sietze Kattenberg van Agrifirm, hield Hilbrands op 29 januari een workshop over biestmanagement op het melkveebedrijf van Eddie Gras in Havelte.
Kalversterfte kan omlaag
Een eerste vereiste voor een lagere kalversterfte is dat een kalf de eerste 6 uur na de geboorte 4 tot 5 liter biest krijgt. „Dat is nodig omdat de opnamecapaciteit van de darmen voor antilichamen het grootst is direct na de geboorte”, legt Hilbrands uit. „Ongeveer 12 uur na de geboorte kan het kalf nog maar 50 procent van de antilichamen uit de biest opnemen. Na 24 uur is dat bijna onmogelijk, dan ‘sluit’ de darmwand zich.” Veehouders die daar te weinig rekening mee houden, lopen al direct achter de feiten aan. „Kalveren hebben dan minder weerstand, meer diarree in de eerste weken en een groeiachterstand die moeilijk in te halen is.” Reineke Wennemars zorgt dat haar kalveren bij de eerste biestverstrekking minimaal 4 liter krijgen of zoveel als het kalf zelf wil. Zij zag in één jaar de kalversterfte dalen van 12 naar 5 procent. „Ik ga er ’s nachts niet bij staan met de biestfles. ’s Avonds voor 12 uur geef ik een pasgeboren kalf nog wel biest en ’s ochtends rond 6 uur is die als eerste aan de beurt.” Bert Bouwknegt twijfelt of het mogelijk is om meteen 4 liter biest in een kalf te krijgen. „Ik heb eerlijk gezegd ook weinig geduld met kalveren die slecht drinken. Nadat ongeveer anderhalve liter biest op is, loop ik erbij weg en ga ik andere dingen doen. Ik neem me voor om de kalveren meer tijd te gunnen om direct voldoende biest op te nemen.” Op het bedrijf van Bouwknegt ligt de kalversterfte tussen de 5 en 10 procent.
Oog op kalfkoeien
Sinds een half jaar staan de 120 melkkoeien van Niek Flinkert in de nieuwe stal. „Er is nu een strohok voor kalfkoeien in ons achterhuis, waardoor ik meer controle heb rondom het afkalven”, aldus Flinkert, die verbaasd is over het feit dat het blijkbaar uitmaakt hoe de speen op de biestfles zit. Een aantal veehouders bekijkt een meegebrachte speen nog eens van dichtbij. „Aan de top van een speen zit een kruisopening. Het is belangrijk dat de speen met een haakse stand in de bek van het kalf zit voor de meest optimale melkafgifte”, legt Hilbrands uit. „Boeren zetten al snel een mes in de speen. Doe dat niet, want dan loop je het risico dat een kalf melk in de pens krijgt en de vertering van de melk minder goed verloopt. Heb er wat geduld mee en voorkom voedingsdiarree.”
Voor Roelof Kuijer was de workshop een bevestiging dat hij goed bezig is met biestmanagement. Kuijer mist zelden een geboorte, ook ’s nachts niet. „De kalveren zijn de toekomst van mijn bedrijf, dus zorg ik dat er weinig mis gaat.” Dode kalveren heeft de Ruinerwoldse veehouder met 65 melkkoeien nauwelijks. „Het eerst half uur geef ik meteen 1 liter biest en de rest van de dag nog eens 3 tot 4 porties.” Kalfjes van vaarzen, die nog niet zo lang op het bedrijf zijn, krijgen biest van eigen koeien om de bedrijfsspecifieke weerstand te versterken. „Ik heb altijd enkele porties van eigen koeien in de vriezer.”
Kwaliteit biest en melk
Een goede biestkwaliteit begint volgens Agrifirm-adviseur Kattenberg al in de droogstand van de koeien. „Met de juiste voeding van droge koeien, starten koeien rustiger op. De melkgift komt langzaam op gang, dat verlaagt de biestgift, waardoor de concentratie antilichamen in de biest hoger is.” Kunstmelk voldoet beter aan de voedingsbehoefte aan mineralen, vitaminen en spoorelementen van het kalf dan koemelk. Koemelk is vetter, waardoor het risico op voedingsdiarree groter is. Ook moeten kalveren zo snel mogelijk krachtvoer en ruwvoer vreten voor een goede pensontwikkeling. „Ik voer de kalveren vanaf dag 14 muesli, hooi en maïs bij”, zegt Ronald Wildeboer, die als zzp’er twee keer daags de kalveren verzorgt van melkveehouder Wick Hogenesch in Yde, die 130 koeien melkt. „De kalversterfte is lager dan vijf procent. We hebben wel eens een jaar gehad met maar één dood kalf. Een enkel kalf sterft direct na de geboorte. Daarna bijna niet meer. Met biest zijn we er snel bij, ook ’s nachts is Hogenesch erbij als dat nodig is.”
Diarree
Diarree is verreweg de belangrijkste doodsoorzaak van kalversterfte. Voedingsdiarree als gevolg van voedingsfouten en een slechte vertering van de melk of diarree als gevolg van infecties. In het eerste geval spelen de wijze van melk verstrekken en de melksamenstelling een belangrijke rol. „Wij gebruiken vanaf begin 2009 een Milkbar, een voorraaddrinkbak voor groepen kalveren”, vertelt Wennemars. „Door de aparte speen moet een kalf flink zuigen en sabbelen om melk te krijgen. De melk komt dan waar het hoort in de lebmaag door extra speeksel verteert de melk beter. Daardoor zien we minder diarree.”
Ook specifieke kalvermelk helpt om diarree te beperken. Sloten levert Sprayfo Excellent, een poeder dat antistoffen tegen E.Coli, salmonella, rota-coronavirus en clostridium bevat, werkzaam in de darm. „Wij zien steeds meer melkveehouders die preventief willen werken. Deze hoogwaardige melkpoeder kost uiteraard meer dan een standaard product, maar kan veel besparen op kosten van sterfte en inzet van medicijnen naderhand”, stelt Hilbrands. „Dan praten we nog niet over de trammelant van zieke kalveren.” Het veelvuldig controleren van jonge kalveren is noodzaak. Als een kalf niet drinkt of diarree heeft, moet meteen worden gereageerd. Een sneltest op ingestuurde mestmonsters kan binnen 12 uur duidelijkheid geven over de ziekteverwekker. Tijdig een gerichte antibioticabehandeling inzetten, verlaagt ook de sterfte.
Huisvesting en hygiëne
Bouwknegt verbouwde een opslagloods tot een aparte, goed geventileerde stal voor kalveren tot drie maanden oud. „Ik wil de jongste en meest kwetsbare kalveren optimaal huisvesten, dat is voor gezonde kalveren net zo belangrijk als voeding. Met een volledig geïsoleerd dak en mechanische voergangventilatie kan ik zelf het klimaat beter sturen. Dat werkt positief op de luchtwegen, de algehele gezondheid en de groei van mijn kalveren.” Wildeboer ziet in de praktijk dat het nog vaak schort aan de hygiëne. „Als de drinkemmers vies zijn en de hokken niet schoon, dan kun je wel voldoende biest van een goede kwaliteit verstrekken, maar dan komt het toch niet goed. Dan zie je de eerste weken meer diarree door besmettingen met coli, salmonalla, rota- en coronavirussen en cryptosporidium.”
Flinkert schat de kalversterfte op zijn bedrijf op 8 procent. „Het advies om 15 tot 20 procent van het aantal koeien aan eenlingboxen te hebben, is een aanrader. We hebben wel eens een kalf met coli. Ik koop meer eenlingboxen en ga nog meer schoonmaken en ontsmetten voordat er een nieuw kalf in komt. Dan kan de sterfte verder omlaag”, verwacht de melkveehouder uit Meppel.
Bron: Melkvee Magazine, 20 februari 2010
Door: Janet Beekman
Foto: Ingrid Zieverink
|
|