Sprayfo Kalveren UNTITLED 3 Vleeskalveren Lammeren Veulens Geitenlammeren Buffels Sloten
Behandeling
Inhoudsopgave
Behandeling
C.A.E. en C.L.
Infectieuze diarree
Voedingsdiarree
Zere bekjes (bekschurft)
Alle pagina's

Een aantal van de meest voorkomende ziekten vindt u hier beschreven.



C.A.E.- en C.L.-ziekte

Caprine Arthritis Encephalitis (C.A.E.) is een virusziekte bij geiten, die vergelijkbaar is met de zwoegerziekte bij het schaap. Caseous Lymfadenitis (kazige lymfeknoopontsteking) of C.L. ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie die gifstoffen produceert.


Moederloze opfok


Op bedrijven met een C.A.E. of C.L. besmetting is moederloze opfok van de lammeren een goede methode om zo snel mogelijk ziektevrij te worden. De lammeren worden bij de moeder weggehaald voor ze afgelikt zijn of gedronken hebben en moeten met behulp van koebiest (of biestvervanger) en Sprayfo Geit worden opgefokt.



Infectieuze diarree

Wanneer de lammeren in het geval van diarree ook koorts hebben, is er sprake van infectieuze diarree. Na contact met de dierenarts zal dan waarschijnlijk een antibioticumkuur starten.

Voorkom in ieder geval sterke uitdoring door diarree. De dagelijkse vochtbehoefte is ongeveer 10% van het lichaamsgewicht.



Voedingsdiarree

Dit treedt voornamelijk op in de eerste levensweek. Wanneer lammeren geen koorts hebben, heeft men niet met een infectieuze diarree te maken. De normale lichaamstemperatuur is 39,1 tot 39,4°C.

Bij voedingsdiarree wordt aan de lammeren maximaal één dag in plaats van melk een oplossing van electrolyten (EMIX) gegeven.
Daarna wordt gedurende drie dagen geleidelijk de melkverstrekking verhoogd tot het niveau van het voerschema.



Zere bekjes (bekschurft)

Zere bekjes (Ecthyma) is een virusziekte, die op erg veel bedrijven voorkomt. In een koppel is het zeer besmettelijk.


Verschijnselen


Rond de bekjes, ogen en soms over de buik vormen zich donkere korsten of bulten. Hierdoor kunnen drinkproblemen ontstaan.


Behandeling

Behandeling middels vaccinatie is een mogelijkheid, maar valt onder praktijkomstandigheden vaak tegen. De dieren kunnen in overleg met de dierenarts met een antibioticum worden behandeld. De aangetaste dieren bouwen normaal gesproken in ongeveer zes weken voldoende weerstand op en zijn na die tijd meestal genezen.